Aulaga
De Canarische Eilanden bezitten niet minder dan 1800 verschillende plantenbomen-
en bloemensoorten, waarvan ca. 600 soorten inheems zijn.
Dankzij de geïsoleerde ligging van de Canarische Eilanden, overleefden hier
plantensoorten die sinds de eerste
ijstijd in de rest van de wereld zijn uitgestorven.
Achter de dichtbevolkte zand- en vulkaanstranden ligt voor de natuurliefhebber
een ongekende afwisseling in landschappen te wachten: Geurige laurierbossen,
bizarre basaltwoestijnen en weelderig begroeide kuststeppen.
Het vochtige en groene Noorden contrasteert sterk met het droge en dorre Zuiden.
Door de eeuwen heen hebben planten zich aangepast aan de verschillende
klimatologische omstandigheden.
Het aanbod aan diersoorten is op de eilandengroep eerder beperkt. Toch hebben
een aantal inheemse vogelsoorten hun thuis op deze fraaie eilanden, waaronder de
laurier- en pijnboomduif, de teidevink, de Canarische torenvalk en de bruine
kanarie. Beroemd zijn de orka's (zwaardwalvissen) en andere walvissoorten die in
de wateren rondom de eilanden zwemmen.
De natuur herstelt zich volledig van een grote bosbrand
In juli 1995 werden 2.790 hectare bos verwoest door een immense vuurzee, die
gedurende vijf dagen een spoor van vernieling trok doorheen het gebergte in de
omgeving van La Esperanza, La Victoria, Candelaria en Güimar. Nauwelijks acht
jaar later is er nog weinig te merken van deze katastroof, op enkele verdroogde
bomen na als stille getuigen van wat zich destijds heeft afgespeeld.
Het overgrote deel van het verwoeste gebied bestond gelukkig uit aanplantingen
van de "pino canario"(Can.denneboom), een houtsoort waarvan wetenschappelijk
bewezen is dat zij zich snel herstelt van opgelopen brandschade. Enkel op de
precieze plaats waar de brand ontstond moesten een paar hectare worden
heraangeplant. Maar volgens Johan Cruyff "heb elk nadeel zijn voordeel": de
plaatselijke milieuraad maakte van de gelegenheid gebruik om een aantal
ingevoerde boomsoorten in het gebied te vervangen door autochtone planten. Zij
zijn beter aangepast aan de soms extreme weersomstandigheden op grote hoogte,
waar een temperatuurverschil is gemeten gaande van -12 tot +45 graden Celsius.
Meer dan 450 brandweerlieden, geholpen door een groot aantal vrijwilligers en
een gespecialiseerde legereenheid, bestreden de vuurgloed en slaagden in hun
opzet na vijf dagen intens zwoegen onder een loden zonneschijn. Maar de natuur
herstelde zich wonderbaarlijk en momenteel zijn de sporen van deze verwoestende
brand zo goed als uitgewist.
Observatietorens full bezet
Hoog oplopende zomertemperaturen en schrale droogte hangen als een dreigend
spook over de duizenden hectare bos in Tenerife's woudgebied.
Maximaal voorkomen van brand is de spelregel en de autoriteiten doen er alles
aan om deze boodschap over te brengen aan de residenten en de talrijk aanwezige
toeristen. Uiterste voorzichtigheid is geboden om een mogelijke katastrofe te
ontwijken. Kleine oorzaken zoals het onzorgvuldig weggooien van een brandende
sigarettepeuk kunnen aan de basis liggen van een onbeheersbare vuurzee. Het is
ons aller plicht de voorgeschreven regels nauwlettend te respecteren wanneer wij
een wandeling maken in een bosrijke omgeving.
De overheid voorziet alvast in een bijkomende investering van twee miljoen Euro,
aanvullend aan het reeds vastgelegde jaarbudget voor intensieve brandvoorkoming
of -bestrijding. Er worden speciaal uitgeruste meteorologische mini-stations
geïnstalleerd in elke observatietoren, in staat om de precieze
weersomstandigheden door te geven aan de brandweer wanneer een beginnende brand
zich verder dreigt te ontwikkelen. Uiterst gevoelige sensoren meten constant de
temperatuur, vochtigheidsgraad, windrichting en -snelheid en de atmosferische
druk. Observatietorens werden gebouwd in Arico, Vilaflor, Guia de Isora,
Buenavista, La Victoria, San Juan en Güimar en zij worden de klok rond bemand
met een ploeg extra getrainde waarnemers, die onmiddellijk groot alarm slaan
wanneer verdachte rookontwikkeling in de omgeving wordt opgemerkt.
Vijfhonderd professionele brandweerlui zijn permanent stand-by om onmiddellijk
te kunnen ingrijpen en zij kunnen aanvullend beroep doen op een groep
vrijwilligers, leden van de civiele bescherming en getraind gemeentepersoneel.
Maar, zoals wordt benadrukt door milieuverantwoordelijke Wladimiro Rodriguez,
ligt de sleutel van een succesvol beleid in de bereidheid van de ganse bevolking
om alles te doen wat menselijk mogelijk is om elk brandgevaar onmiddellijk in de
kiem te smoren. Het beste bestrijdingsmiddel is een algemene en grondige
mentaliteitswijziging in de geest van de bevolking, namelijk de onvervalste wil
om gezamelijk met de beroepsmensen de strijd aan te gaan tegen het steeds op de
loer liggend katastrofale brandgevaar.